Klik op de foto's voor een vergroting.
|
Het Aviodome en de vlucht naar de toekomst
Een gesprek met drs. Arno van der Holst (32) is als een landingsbaan met
vele taxibanen: er lijkt altijd wel een goede gelegenheid om een zijpaadje
te nemen. Enige tijd geleden spraken we hem over het Uiverproject en het
bleek moeilijk om niet af te dwalen naar zoveel andere interessante
luchtvaart thema’s.
De enthousiaste directeur van het Aviodome had misschien niet eens op zijn
post gezeten, als hij niet het eerste schijnbaar onuitvoerbare plan zelf
van de grond had getild. Begonnen als kassier achter de balie (1987), hing
zijn aantreden als vaste commerciele medewerker bij de Aviodome af van het
aantal sponsors en bedrijfsvrienden dat hij kon vinden. Het was duidelijk
dat de tendens van steeds lagere bezoekersaantallen doorbroken moest
worden om het museum draaiend te houden en daarvoor moest de geldkraan
verder open. Zijn studie bestuurskunde rondde hij af met een onderzoek
naar de relatie tussen commerciele en ideologische organisaties en
bedrijfsvoering bij bijvoorbeeld musea. Een betere praktijkplek dan
Nederlands Nationaal Luchtvaartmuseum was er natuurlijk niet. Zo kwam het
dat van der Holst zich een vaste plek verwierf binnen de organisatie en na
het vertrek van de laatste directeur in 1996 gevraagd werd als nieuwe
‘baas’.
Zonder noemenswaardige museale achtergrond haalt hij zijn voldoening
vooral uit het stroomlijnen van de organisatie: “Er werken nu veel meer
vooral jongere medewerkers”, zegt hij. “Bovendien werken we nu al met een
begroting van zo’n 3 miljoen gulden. En het aantal betalende bezoekers is
de laatste vijf jaar bijna verdubbeld. Bovendien treden we meer naar
buiten om het grote publiek te bereiken. De Uiver actie is daar een goed
voorbeeld van. Bijna 15.000 mensen gaven steun door een financiele gift,
een veelvoud van dat aantal bezocht een vliegveld van de Tour.” Onder
leiding van van der Holst startte het museum een aantal mooie projecten
waarvan de tentoonstelling ’90 jaar Vliegende Hollanders’ een hoogtepunt
was. Maar het plan de ‘Uiver’ naar Nederland te halen als topstuk in de
tijdelijke collectie scheen te behoren tot de categorie onmogelijk. De
categorie in welke het museum volgens Arno grossiert:
We waren al een tijd op zoek naar een DC-2. Het vliegtuig behoort volgens
ons met zijn rijke historie tot de lijst van de Nederlandse Industriele
erfgoederen. Een lange onderhandelingsronde met een aantal Australiers
voor een niet vliegend exemplaar ketste ten langen leste af. Andere
vliegende exemplaren waren er eigenlijk niet, behalve eentje de USA bij
het Douglas museum waarvan de staat onduidelijk was. Toen we de hoop al
bijna hadden opgegeven kwamen we in contact met Darden. De vriendelijke
Amerikaan die zijn toestel in de jaren 80 al eens eerder aan de KLM
uitleende voor het navliegen van de Melbournerace, zei dat we het toestel
niet alleen mochten lenen voor de duur van de tentoonstelling, maar zelfs
mochten kopen als we het geld daarvoor bij elkaar konden krijgen. Toen
zijn we de grote actie gestart met het bekende resultaat.” Op het laatste
nippertje vierde de DC-2 uiteindelijk met een rondvlucht boven Schiphol
haar definitieve asiel voor Nederland.
De lijnen voor de toekomst liggen voor van der Holst niet op Schiphol.
“Vanwege de uitbreiding van de luchthaven en onze ambities zijn we aan het
kijken naar de mogelijkheden op Lelystad. We willen dan een groot
luchtvaart themapark bouwen met als belangrijkste peilers een museum,
archief, restaurant, multimediaal kenniscentrum, en, daar is Lelystad
uitermate geschikt voor, de mogelijkheden voor het vliegen met oude
vliegtuigen”. Een van de grote verdiensten van de initator van
‘onmogelijke plannen’ ligt dan ook op het vlak van het toegankelijk maken
van de luchtvaarthistorie. Geen hoge hekken en op grote afstand toekijken,
maar bij, in, en bij wijze van spreken op de kisten om de ruiken en te
proeven van de tijden van weleer. Als de Uiver-tour een voorproefje was
van wat we in de toekomst nog meer kunnen verwachten, dan zijn wij en met
ons de rest van luchtvaartminnend Nederland Arno van der Holst alvast
uitermate dankbaar!
|